10 typisch Franse zaken!

Caspar Visser ’t Hooft woont al meer dan 25 jaar in Frankrijk, waar hij meerdere malen is verhuisd, van noord naar zuid, van oost naar west. Hij kent het land als weinig anderen. Hij weet wat de Fransen verbindt. Maar hij heeft ook gemerkt dat het land gevarieerder is dan je geneigd bent te denken na een paar zomervakanties in het zuiden of zo nu en dan een weekendje Parijs. Voor ons zette hij 10 typisch Franse zaken op een rij.

  1. De ruimte

Is dat niet het eerste wat u opvalt wanneer u vanuit Nederland naar Frankrijk reist? Het begint soms een eindje na de grens. Wanneer u bijvoorbeeld bij Lille de A1 pakt, moet u eerst de mijnstreek met de sintelbergen achter u hebben gelaten. Ter hoogte van de afslag naar Arras beginnen dan de uitgestrekte korenvelden. De aanblik is weliswaar saai – we weten dat het land verderop heuveliger, pittoresker wordt – maar het is alvast wijd, en leeg. Wat een gevoel van ruimte na hutjemutje Nederland en het hokkerige België!

  1. De verscheidenheid van het landschap

In het noorden leeg en saai (er zijn mooie plekjes, maar je moet ze kennen). Maar dan komt het lieflijke Normandië met zijn glooiende weilanden. Daarna het stenige Bretagne. Gaan we naar het zuiden, dan krijgen we de uitgebluste vulkanen en de verlaten plateaus van het Massif Central. Bij helder weer kunt u in de verte de eeuwige sneeuw van de Pyreneeën zien glimmen. We rijden door dalen, over passen, we maken een diepe duik, en dan strekt de blauwe plaat van de Middellandse zee zich voor ons uit, vol zonneschitteringen. Olijfbomen, cipressen, oleanders, mimosa’s…

  1. Goede wegen

U bent nog maar net de grens voorbij, of u voelt het: we rijden door een land dat zaak maakt van zijn wegen en ze goed verzorgt. Het gaat hier om een oeroude Franse traditie. Naarmate de koningen hun rijk door veroveringen en door verdragen wisten uit te breiden, werd het voor hen steeds belangrijker de nieuw aangeworven landstreken met het centrum en met elkaar te verbinden. En hoe doe je dat beter dan door het aanleggen van (goede) wegen?

  1. Kastelen en kathedralen

Het rijden over sommige snelwegen is puur plezier. En hoe eenzamer de streek, hoe groter dit plezier. Er is weinig verkeer, u rijdt als in een stroomlijn, en wordt er soezerig van – u klieft het landschap, de deining zijn de heuvels die opzij van u weggolven. Op de ene heuvel de ruïne van een middeleeuwse burcht, op de andere een wijde classicistische gevel uit de tijd van Lodewijk XV, omringd door ceders. En dan, in de diepte van een wijd dal, een stad met in het midden de torens van een eerbiedwaardige gotische kathedraal.

  1. De neiging tot centralisme

Alles gaat uit van het centrum. En dat centrum is Parijs. Het gaat hier om een oude traditie. Om de bewoners van zo veel verschillende landstreken en provincies in het gareel te houden, was een sterk centraal gezag een vereiste. Hier zorgden de koningen eeuwenlang voor, de revolutie bracht een versterking van het centrale bestuur. De Fransen noemen deze tendens tot centralisatie “jacobinisme”. Sinds meer dan twee eeuwen hebben gekozen presidenten de koningen vervangen. Dit neemt niet weg dat de Franse president zich als een monarch gedraagt. De pracht en praal die hem omringen dienen als symbool van de macht die hij, in het centrum, belichaamt.

  1. De stakingen

De Fransen weten niet wat polderen is. Enerzijds denken ze sterk hiërarchisch en zien ze op tegen de centrale macht, belichaamd door de president. Anderzijds vinden ze het heerlijk om ertegenaan te schoppen. Dit wordt ook wel de esprit frondeur genoemd. Komt de regering met een besluit, dan gaat een deel van de Fransen gedwee mee en gaat een ander deel de straat op. En dan maar zien hoe lang zo’n manif het volhoudt, want de grootste volhouder heeft de sterkste positie bij de uiteindelijke onderhandelingen. Want het onderhandelen komt pas na het staken en niet andersom.

  1. De gespannen verhouding tussen de Parijzenaars en de rest van de Fransen

Ook dit heeft met de sterke neiging tot centralisatie te maken. In het centrum gebeurt het, het centrum is daarom belangrijker dan de periferie. Het centrum is Parijs, de Parijzenaars vinden zichzelf daarom beter dan de provincialen. In de provincie worden de Parijzenaars niet bepaald met open armen ontvangen: ‘pfff, die arrogante maniertjes die ze zich aanmeten, alleen maar omdat het cijfer 75 op hun kentekenplaatje prijkt!’

  1. De Franse cultuur

In welk ander land wordt tijdens het nieuws van 20.00 uur geregeld aan artiesten het woord gegeven? Artiesten – of het nu acteurs zijn of schrijvers, zangers of schilders – hebben een groot moreel gezag. Fransen houden van ze, zijn trots op ze. Het meest geliefde genre is en blijft de chanson. De Fransen hadden Piaf, Brassens, Brel. Nu zijn het anderen. De populairste Fransman is al sinds jaren een zanger: Jean-Jacques Goldman.

  1. De wijnen

En wijnen zijn niet alleen verschillende smaken wijn. Wie een bepaalde wijn drinkt, denkt vanzelf aan een bepaald landschap, met de geschiedenis, de monumenten, de gerechten die erbij horen. Bordeaux, dat is het warme, lieflijke Zuid-Westen. Bourgogne, dat zijn de kastelen van de Côte d’Or. Côte du Rhône, dat zijn de lavendelvelden en olijfgaarden van de Provence, met uitzicht op de Mont Ventoux. Riesling, Sylvaner en Gewürztraminer, dat is de zonnige Elzas waar je heerlijke choucroutes eet (in veel te grote porties!).

  1. De kazen

De Gaulle zou eens hebben gezegd dat Frankrijk net zoveel verschillende soorten kaas kent als er dagen zijn in het jaar: 365. In werkelijkheid zijn het er nog veel meer: Maroilles, Roquefort, Camembert, St Nectaire, Comté, Tomme de Savoie, Brie, enzovoort, enzovoort… Het kiezen van de kazen die u, na het vlees of de vis, op een plateau worden aangereikt, maakt deel uit van het feest dat de Fransen van hun maaltijden weten te maken. Ze houden niet van de Nederlandse kazen die in de Franse supermarkten worden aangeboden. Ze hebben gelijk, het gaat om smakeloze export-Gouda of Edam. Een tip: ga naar Frankrijk met een paar stukken echte Nederlandse kaas, en dan óf heel jong, óf belegen, óf extra belegen, óf oud. Dat kennen de Fransen niet. U leert ze dat bij de Nederlandse kaas alles om de leeftijd draait, en u ziet ze genieten.

 

 

Lees ook Frankrijk in 50 Fragmenten van Caspar Visser ’t Hooft. In vijftig fragmenten geeft hij nog meer van de Franse verscheidenheid weer. Nu eens een grappige situatie in een restaurant, een sportschool of tijdens een groepsreis in de bergen, dan de beschrijving van een verlaten streek, een oude ruïne of een afgedankte kolenmijn. Of wat gedachten over Franse kunst, literatuur of politiek. Deze prachtige bundel wordt ingeluid met een voorwoord van Nelleke Noordervliet, succesvol schrijfster en onder andere winnaar van de Multatuliprijs.

 

Over Redactie

Al sinds 1999 een gespecialiseerde uitgeverij in (auto)biografieën en uitgever van de magazines VertrekNL en Bommelglossy. Het complete fonds is via deze site te bekijken en rechtstreeks te bestellen.